Skip to main content

Patiënteninformatie

Behandeling van een infectie van een vaatprothese

Een vaatprothese is een kunstbloedvat. Soms ontstaat er een infectie in of rond een vaatprothese. Dit komt niet vaak voor, maar kan ernstig zijn. Daarom is snelle behandeling belangrijk.

Wat is een vaatprothese?

Een vaatprothese vervangt een bloedvat of leidt het bloed om langs een vernauwing of afsluiting. Zo kan het bloed weer goed doorstromen.

Een vaatprothese kan nodig zijn:

  • bij een vernauwd of afgesloten bloedvat door slagaderverkalking;
  • bij een verwijding van een slagader, een aneurysma;
  • na beschadiging van een bloedvat door een ongeval of operatie;
  • als bypass: een omleiding langs een vernauwd of afgesloten bloedvat.

We gebruiken vaatprothesen onder andere in de grote lichaamsslagader, de aorta, en in de bloedvaten van het bekken en de benen. Een vaatprothese kan tijdens een open operatie worden geplaatst. Soms plaatsen we via de bloedvaten een prothese aan de binnenkant van een slagader. Dit noemen we een endoprothese of stentgraft.

Wat is een vaatprothese-infectie?

Bij een vaatprothese-infectie zit er een infectie op of rond de prothese. Meestal veroorzaken bacteriën de infectie. Bacteriën kunnen zich aan het materiaal van een vaatprothese hechten en zijn daar soms moeilijk te bestrijden.

Een infectie kan kort na de operatie ontstaan, maar ook maanden of jaren later.

Klachten bij een vaatprothese-infectie

De klachten hangen af van de plaats van de vaatprothese. Mogelijke klachten zijn:

  • koorts of koude rillingen;
  • pijn of een zeurend gevoel op de plaats van de prothese;
  • roodheid of zwelling van de huid;
  • vocht of pus uit een operatiewond;
  • een wond die niet geneest of opnieuw opengaat;
  • vermoeidheid, minder eetlust of afvallen;
  • u voelt zich ziek zonder duidelijke oorzaak.

Wanneer bellen?

Heeft u een vaatprothese en krijgt u een of meer van deze klachten? Neem dan contact op met uw huisarts of behandelend specialist.

Bel bij ernstige ziekteverschijnselen, plotselinge hevige pijn of een bloeding direct 112.

Onderzoek

Tijdens uw eerste afspraak bespreken we uw klachten en medische voorgeschiedenis. Daarna doet de arts lichamelijk onderzoek.

Om vast te stellen of u een vaatprothese-infectie heeft, kunnen verschillende onderzoeken nodig zijn:

  • Bloedonderzoek: we onderzoeken onder andere of er aanwijzingen zijn voor een infectie.
  • Bloedkweken: hiermee proberen we vast te stellen welke bacterie de infectie veroorzaakt.
  • Kweek van vocht of weefsel: soms onderzoeken we materiaal uit een wond of uit het gebied rond de vaatprothese.
  • Beeldvormend onderzoek: bijvoorbeeld een echo, CT-scan of PET-CT-scan.

Vaak bespreken verschillende specialisten samen de uitslagen. Bijvoorbeeld de vaatchirurg, arts-microbioloog, internist-infectioloog, radioloog en nucleair geneeskundige. Daarna bespreken we met u welke behandeling het meest geschikt is.

Als snelle behandeling nodig is, nemen we u op in het ziekenhuis.

Behandeling

Welke behandeling u krijgt, hangt onder andere af van:

  • de plaats en het type vaatprothese;
  • de uitgebreidheid en ernst van de infectie;
  • de bacterie die de infectie veroorzaakt;
  • uw lichamelijke conditie;
  • de risico’s en mogelijkheden van een operatie.

De behandeling bestaat vaak uit antibiotica en een operatie. Soms is een andere behandeling beter of veiliger.

Antibiotica

U krijgt antibiotica tegen de bacteriën. Bij een ernstige infectie krijgt u deze meestal eerst via een infuus. Zodra bekend is welke bacterie de infectie veroorzaakt, kunnen we de antibiotica daarop aanpassen.

De behandeling met antibiotica duurt vaak langere tijd. Soms zijn langdurig of levenslang antibiotica nodig.

Operatie

Een operatie kan nodig zijn om de infectie onder controle te krijgen. Tijdens de operatie kunnen we:

  • geïnfecteerd materiaal rondom de prothese verwijderen;
  • de vaatprothese helemaal of gedeeltelijk verwijderen;
  • een nieuwe route voor de bloedstroom maken.

Voor de nieuwe bloedbaan kunnen we, afhankelijk van de situatie, een eigen bloedvat, donormateriaal of een andere soort vaatprothese gebruiken. Een operatie vanwege een vaatprothese-infectie is vaak een grote ingreep. Uw arts bespreekt vooraf de mogelijkheden en risico’s met u.

Behandeling van de wond

Bij een infectie in de lies of een ander oppervlakkig gebied maken we de wond soms schoon tijdens een operatie. Soms gebruiken we daarna vacuümtherapie, ook wel VAC-therapie genoemd.

Bij deze behandeling plaatsen we speciaal verband in de wond. Een pomp zorgt voor lichte onderdruk. Hierdoor worden wondvocht en bacteriën afgevoerd en kan de wond beter genezen.

Als een operatie niet mogelijk is

Soms zijn de risico’s van een operatie te groot. We bespreken dan met u welke andere behandelingen mogelijk zijn. Dit kan bijvoorbeeld een langdurige behandeling met antibiotica zijn, soms gecombineerd met het afvoeren van geïnfecteerd vocht.

Opname in het ziekenhuis

Hoe lang u in het ziekenhuis blijft, hangt af van de ernst van de infectie en de behandeling die u krijgt. Na een grote operatie kan de opname meerdere weken duren. Uw behandelteam bespreekt met u wat u kunt verwachten.

Na de behandeling

Na uw behandeling komt u regelmatig voor controle naar het ziekenhuis. We controleren:

  • of de wond goed geneest;
  • of de infectie wegblijft;
  • of u nog klachten heeft;
  • of het bloed goed door de behandelde bloedvaten stroomt;
  • of de antibiotica goed werken en geen bijwerkingen geven.

Soms zijn hiervoor opnieuw bloedonderzoek, een echo of een scan nodig.

Adviezen voor thuis

Volg de persoonlijke adviezen van uw behandelteam. Deze hangen af van de operatie en uw lichamelijke conditie.

Algemene adviezen zijn:

  • neem antibiotica precies in zoals afgesproken en stop niet op eigen initiatief;
  • verzorg de wond volgens de instructies;
  • bouw bewegen en andere activiteiten rustig op;
  • rook niet;
  • neem bij nieuwe koorts, toenemende pijn, roodheid, zwelling of wondlekkage contact met ons op.

Wetenschappelijk onderzoek

Het UMCG doet onderzoek naar vaatziekten en de behandeling van vaatprothese-infecties. Als er een onderzoek is waarvoor u mogelijk in aanmerking komt, bespreekt uw behandelteam dit met u. Meedoen is altijd vrijwillig. Niet meedoen heeft geen gevolgen voor uw behandeling.

Contact

Heeft u vragen? Bel dan de polikliniek Hart en Vaten. De polikliniek is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 en 16.30 uur.

Telefoon: (050) 361 28 49

Heeft u buiten deze tijden dringend medische hulp nodig? Neem dan contact op met uw huisarts of de huisartsenpost. Bel bij een levensbedreigende situatie 112.